Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D E

JOODSCHE WANDELAAR.

a# "

een weekblad.

TOT NUT VAN 'T ALGEMEEN. No. 8.

Maandag den ar. Januari'} 1793.

Ouder gewoonte was het gezelfcnap weder bij een, alleen teeuwis de boer ontbrak nog; terwijl men met elkander praatte, over de oorzaak van zijn achterblijven, kwam hij met drift binnen ftortnen; hij zag er zoo verftoord uit, als of hij alles, wat hem voorkwam, voor het hoofd wou liaan,

josef, hem met een veel betekenend oog aanziende, ftak hem gulhartig de hand toe, en zeide: goeden avond huisman! goeden avond! hoe ziet gij zoo ontlteld en verwilderd?

teeuwis. Wat duivel! wie zou niet boos worden? Het is, of hedeudaagsch elk er maar op uit is, om te doen, wat hij wil; ik ben bij een advokaat geweest! wel dat zou de dit en dat doen, dat er geen recht in 't land zou wezen ?

josef. Bij een advocaat! wat hadt gij daar te doen?

teeuwis.- Daar heb ik gefproken over mijn buurman (hier voegde hij in zijne drift voortgaande, allerhande fchemp- en fcheldwoorden tusfehen beide, die ik maar overfla, driftige lieden hebben er reeds al te grooten voorraad van, en ondertus-

fchen doen zij niets uit, zelfs is het een oud fpreekwoord, hetwelk al veel door de ondervinding bevestigd wordt, dat die fcheldt en raast, ongelijk heeft, dus zou ik in 't voorbijgaan

elk raaden, om dit JNommer met oplettendheid te lezen, en het geen josef zeggen zal, op te merken, en er zich naar te fchikken, hij zal er zich wel bij bevinden , en het zal hem in meer gevallen te pas komen , dan aan teeuwis bij het geval met den Mestput van zijnen buurman.—Nu gaat teeuwis voort.)— Begrijpt eens, daar maakt de kaerel in zijn hof achter zijn huis een' mestput , zoo na aan mijn erf, dat al de drek in mijn pompwaters put loopt, en mijn water bederft. Mijn grootvader, mijn vader , en ik, hebben altijd water in die put gehad, zo heller als kristal, en nu komt de fchobbert, en legt er zijnen mesthoop zoa dicht bij, dat de geheele put bedorven is. Zou iemand daar niet boos over worden ? Maar wacht maar! het zal hem duur te ftaan komen! duizend gulden waag ik er aan. De mestput moet weg.

jURRiëN. Gij hebt gelijk teeuiwis! Kijk, als mij zoo iet gebeurde, Igeld heb ik niet, en daarom zou ik H niet

Sluiten