Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L Y S P E L.

3-3

my de hazen ordentlyk naast elkander. Zo dikmaals ik die aanzie, verheug ikmy om myne honden. Hon-

garyën! ja! ■ dat is een ander land als

Duitschland! — Jagers.' maakt toeftel, dat ik aanftonds, na den eeten, een paar faifanten fchieten kan.

De Jagers gaan weg. de Baronnes. Myn lief! na den eeten zult gy niet licht vry raken.

de Baron.

Waarom niet? myn waarde! Ik zal immers, om myrt' fchöonzóons wille , myne levenswyze niet veranderen.

de Baronnes. Ik zeg daar niets tegen, echter dacht ik, dat gy zulks uit infchikkelykheid voor den graave van Bloemenkrans wel doen kost.

de Baron. Voor dien windbuil! Hy kan VOmbre fpelen, zo hy wil, of anders kan hy het gezelfchap iets van Parys voorliegen.

ELFDE TOONEEL.

de Hofmeester, de vorigen.

de Hofmeester. De vreemde heeren zyn aangekomen.

Sluiten