Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C n )

hoogfte eere in, Geen wonder dierhalven, dat van menfchen toegejuicht te worden, by haar maar kleinigheden waren ; van daar , dat Paulus by de Korinthers verfcheen, niet met hoog' dravende woorden der menfchelyke wysheid; niets minder kon men uit zyne redenenopmaaken als dit, dathybyhen den lof van een welfpreekend man zocht te verwerven, en het volk uit te lokken , om als met den vinger op hem te wyzen en uit te roepen: ziet! Dat is Paulus, die geleerde Paulus ; naar welke toejuiching depaarel der Griekfche welfpreekendheid, Demosthenes, zo zeer ilreefde, en waarop hy, toen hy die verkreegen had, het hart zo hoog droeg. Neen, óneen! Paulus zocht geene eer by menfchen, maar by God; hy mogt van de waereld toegejuicht, of met oogen van verachting aangezien worden, daar kreunde hy zich weinig aan; ja, geliefde Hoorders! ik durf zeggen, dat hy zich met opzet en voorbedachtlyk van eenen praalenden ftyl onthouden heeft, om niemand in dat denkbeeld te brengen, als of hy, met de leere der genade zo grootsch voorteftellen, van derzelver waarheid en godlykheid niet genoegzaam overtuigd was.

B 4 C En

Sluiten