Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L IJ S P E L.

3?

JAN.

Ja, Smodderfmoeltje lief!-dan zullen wij eens leven Als de Eentjes in het kroos; wij kunnen met de poen > Die ik dan krijgen zal, het één of ander doen, Om op een braave wijs goed aan de knap te raaken. Maar eer' wij verder gaan. —Hoe ftaat het met de zaaken Van onzen Karei? zeg, is 't uitgekomen Ka?

KAATJE.

Wel dat geloof ik ook , te dikke dekfel! ja,

'Er was hier wat te doen met Karei en den Ouwen.

JAN.

Maar wil die gekke Nar den Ploert dan hier nog houên Om braaf te zwieren, zeg ?

KAATJE.

Wel nou, dat heb je wel; Als Karei hier niet blijft, hos drommekaater zei Hij dan zijn fchelmerij met goejen fchijn bedekken? Hij raakte dan in "t naauw; het is zo waar geen gekken Drieduizend ducatons (ten minden zo hij zegt), Die hij van 't kapitaal van Jufvrouw heeft geflegt, Om die zo met 'er haast weêr bij elkaar te krijgen.

JAN.

Als hij het zeggen wou, mijn Heer zou het wel zwijgen, Daar kon hij vast op aan, — maar zijn hoogmoedigheid Zal hem hier hinder doen.

KAATJE.

Die is 't die hem verleid •En reeds bedurven heeft, die doet hem heeden zuchten ■ C 3 't Gth

Sluiten