Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 37

TIMOLEON.

Zo ik had kunnen denken Dat reeds Timophanes bevlekt was met verraad, Ik ftrafte door myn (laai zo eereloos een daad. Maar 'k wil uw trots gemoed thans nog tot inkeer nopen. De misdaad is een ftroom, verbaazend fnel in 't Joopeu: Keer van zyn boord te rug.

TIMO P HANE S.

Ik merk , in alle uw reèn, De taal eens gryzaarts, fteeds door achterdocht beftreên, Van dien Ortagoras, wiens haat tot my, verwoeder...

TIMOLEON.

Hy haat de dwinglandy, u haat hy niet, myn broeder: Hy vreest den trots en magt van uwen vrinder.ftoet. Ik zelf, ik zie u weèr, met een beklemd gemoed. Gy hebt my,by myn komst, geen minzaam woord doen hooren, Ja de algemeene vreugd fcheen uwe rust te ftooren. Gy toonde,in't heilrykst uur, geen't minfte vreugdgevoel, En bleeft, in de armen van een' tedren broeder, koel. Geëerd als een monarch, omgeeven van yerleijsrs, Sleept gy, in uw gevolg , een hof van laffe vleijers. Een listige Anticles, die fnood 's lands wet verfmaad , Door vorftenvrinden thans gedrongen in den raad, Een' hoop van trotsaarts, die door hem zich Iaat verblinden, Zo vuig een' leidsman waatd'; zie daar, zie daar uw vrinden. Hun zelfbelang, genoemd het welzyn van den (laat, Verkoopt de vryheid aan de fchandlykfte eigenbaat. De naam van vaderland, gelykheid, deugdbetrachting, Klinkt in hun ziel niet meer; zy hoort die met verachting. Als 't vaderland, in nood, een' eisen maakt op hun goud, C 3 Dan

Sluiten