Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L Y S P E L. 39

GEERTRUID.

Noch de liefdaadigheid, noch de liefde des naasten moet hier in aanmerking komen, en dit geval moet ons metrsden gramftorig maaken.

AGNES.

Och, zuster Geertruid, wat hebt gy gezegt?

JOSEPHINE.

De gramfchap, vriendinne, is een grove zonde.

AGNES.

Die ten itrenglten verboden is.

GEERTRUID.

Maar hoe moet men dan met die Godlozen handelen ?

AGNES.

Men moet hen door zachtheid trachten te verbetwen.

JOSEPHINE.

En geduld met hen hebben.

AGNES.

Daar door de verdoolde fchaapen te recht brengen.

GEERTRUID.

Deeze oude lummel wilde eene zoetelaarfter van my maaken.

JOSEPHINE.

Wel nu, zuster, gy moet "er u aan onderwerpen.

AGNES.

Ja, door de geest der Boetvaardigheid.

JOSEPHINE.

De onderwerping moet een groote waarde voor u hebben.

C 4 GEER.

Sluiten