Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 25

Maar neen ; Philips, gewoon aan 't onbepaald regeeren, Zend Al va, om ons Land in puin en bloed te keeren: Geen wonder dat Oranje,een Vorst zo groot van aart, Tot redding van den Staat de waapnen heeft aanvaardt: Noem zulks geen muitery: een toeleg, zo verheven, Zal hem eene eeuwige eer by alle volkren geeven. Geen ftaatzucht noopte hem tot zulk een grootsch beftaan; Caan; Neen,Graaf, gantsch Nederland was hem om byltand Hoe zag men hem terftond van heldenyver branden! Straks gaat hy, bly van moed, zyn kostly kheên verpanden, Hy brengt een Vloot in zee, een Leger op de been, En vliegt tot onze hulp door duizend dooden heen. (óZucht voor 't Vaderland, verhevenftc aller deugden, Zo groote zielen ooit zich in haar' pligt verheugden, Nooit misf' hy 't rein vermaak dat uit uw' invloed fpruit; Hy brenge ons heil te weeg, en 't maak' zyn wellust uit!) De glans van 't hoog bewint kan ecdle zielen ltreelen: Maar toen hy ons gevaar zo grootsch met ons kwam deelen,

Toen alles hooploos ftond, had toen die reden fchyn ? Kon de eerzucht toen de bron van zyne daaden zyn ? Toledoos krygsgeluk verwekke ons hinderpaalen, Onze yver, 's Prinfen moed zal eindlyk zegepraalen. En zo de Frank, de Brit, of eenig Volk ons deert, Zal die geduchte Magt, die 't gantsch Heelal regeert, Maarddededeugd-alléén met wellust kan aanfchouwen, Doen zien dat we op haar hulp niet vruchtloos ons vertrouwen.

Wat ons betreft, Mynheer, 't is waar; wy zyn in nood, Rampzalig, afgemat, maarniet te minder groot. Uw Veldheer zal dan Hechts zyn pooging zien bekroonen, Indien hy eifchen doet die onzen roem niet hoonen.

Overstein. Dat eindlyk de overgaaf u voor zyn wraak behoed', Of hy verdelgt uw Stad en vordert al uw bloed:

B 5 Gc"

Sluiten