Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

los PR1JSFAJRZEN.

Juich, Monfter, juich! maar de Almacht leeft, Die op een aantal lage terpen

Een' Landaart afgezonderd heeft, Om uwen zetel om te werpen. —

Een poging rest flechts tot uw' val.

Vaar voort, word meefter van 't Heelal: De Vrijheid fchuilt bij Datoos telgen:

Daar is haar haardftede en altaar;

Daar vreest zij geen' Geweldenaar, Beveiligd door getrouwe Belgen.

Kan 't zijn! Gij durft — ? 6 Ja! 't Is uit, 'tls uit met u, 6 Nederlanders!

De Vrijheid wordt zijn boei ten buit! Zijn woede kent geen tegenftanders!

't Is al verbrijzeld, al vernield,

Wat hem een' oogwenk tegenhield, En al uw krachten zijn geweken. —

Maar, God! Gij flaat uwe oogen neêr;

Uw Wijsheid is hun tegenweer; En, kan er iets met haar ontbreken?

6 Wijsheid!

Sluiten