Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING. IJ

Therejia, werklijk heeft genomen, wel moeijelijk. Menigmaal fcheen een jongen (want met een kind moet men beginnen, en niet met den ouden ftam, bij welken alle moeite vrugteloos is,) reeds op den besten weg te zijn, van een befchaafd mensch te zullen worden; maar plotzeling kwam de onbefchaafde natuur weêr boven; hij keerde terug, en wierdt weêr een volflagen Heiden. Doch daarom is de zaak niet gansch onmogelijk. Ging het wel anders met de Saxen, die ca rel de Groote tot Christenen maakte? De Regeering agtervolge flegts haare poogingen; dan zal zij met het tweede geflagt reeds verder, maar met het derde of vierde, gewis, geheel aan het doel haarer wenfchen gekomen zijn. En buiten dat blijkt ook uit eene nadere kennis met de vatbaarheden van een Heiden, dat dit volk zeker aanlegs genoeg heeft, om de moeite zijnes opkweekers te vergoeden.

Wat betreft den oorfprong der Heidens; deze fcheen, in der daad, den fteen der Wijzen tot nu toe te gelijken. Sedert meer dan twee eeuwen heeft men zig toegelegd, om te weeten, wie tog eigenlijk de Gasten ihogten zijn, die, ouder den naam van Heidens (Zigeuner) of Egyptenaar s enz. in de vijftiende 'eeuw, even zo onbekend als onverzogt, in Europa een bezoek afleiden, en 't zig bij ons, tot op den tegenwoordigcn dag toe, hadden laaten welgevallen? Doch geen vroeger onderzoeker ftelde ligt een gevoelen voor, het welk de goedkeuring van een laateren wegdroeg; en een vierde hadt de meening van den derden pas

ge-

Sluiten