Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FRESIA, FRES10NES.

489

. Fresia, fresiones. De volken, die ten tijde ais de Room' fche heerfchappij, in deeze Gewesten, plaats had, Friezen (Frifii) genoemd wierden, hebben naderhand van hen, die Barbaarsch Latijn fchreeven, Frefiones beginnen genaamd te worden, ook wel Phrefones, Fhrefii, Frigiones Frefonia, Frefienfes, en met nog meer andere wanfchikkelijker namen.

Insgelijks heeft men hun Land, verkeerdelijk, Frefia ge. noemd. 't Kan zijn, dat de uitfpraak der Friezen , waar door zij, die tusfchen het Flie en de Lauwers woonden, de lange of dubbelde E als een I plagten uittefpreeken , tot deeze veranderde benaaming aanleiding heeft gegeeven. De Engelfchen hebben dit. van hun overgenoomen en tot heden toe behouden. Maar na dat de Landbevolkers, uit het Overrhijtu fche Frankenland ( Francia) getrokken zijnde ( bij wien, gelijk uit veele bewijzen blijkt, zig niet lang daar na een gedeelte Bataviers en Taxanders, onder een eendragtig verbond, vervoegd hebben) een aizonderlijk Gemeenebest op zig zeiven. hadden opgerigt, is de naam van Frejionen {Friezen) doorgebrooken bij alle de volken, die tusfchen de Schelde en de Elve zig uitftrekten tot aan de Noordzee: zo dat hun oud Vaderland , het welk een tijd lang, den naam van Frankenland {Francia) gedraagen had, naderhand Friesland {Frefia) genoemd is, na dat zij de Saxen in hunnen Staat mede aangenomen hadden; van welke de Chauken weJ eer het grootfte ge. deelte uitmaakten, en wel aleer deeze Landbevolkers van het Keizerrijk ontflagen, en in vrijheid gefteld waren, die nu al. leen den naam van Franken behouden hebben. Dat nu de eerfte Franken, Overrhijnfche volken waren, is uit de Romeinfche Gedenkfchriften genoeg bekend, en voornamelijk uit de Reiskaart van PEUTtNGER, en uit vopïscus , daar hij verhaalt, dat Keizer probus de Franken, uit hunne woonplaat, zen, over den Rhijn en de Elve, verdreeven heeft; dat de zelve naderhand vermeerderd zijn door de Bataviers en Taxanders, die zig bij hen gevoegd hebben, waarfchijnhjk vrijwil* lig, om dat zij mede gerekend worden onder de Franki/che Inboorlingen, en niet als Landbevolkers, afgezonden volken, welke zij overheerd hadden. Tidonius, Bisfchop van Cier. tnont, in een zeker vers aan consehtius, geeft hier van geen

dui-

Sluiten