Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

49<a. FRESIA, FRESIONES.

duifter bewijs; dellende het uiterfte der Franken naar bet Westen, tusfchen de Schelde en de Waal: aan het Oosten, tusfchen de Wezer en de Elve; het binnende tusfchen de Waal en de Wezer. Na dat nu de Saxen zig onder hen hadden neer gezet, zijn de volken deezer Landdreeken, onverfchillig, nu eens Friezen QFrefiones'), dan wederom Saxen (Saxones) genaamd: gelijk zulks genoegzaam blijkbaar is , uit het overtrekken dier Natiën naar Britannic, onder hunne Veldheeren engestus en horsa, 't geen de beroemde cambden gist gefchied te zijn in het Jaar na Christus geboorte 428, als taurus en felix burgemeefters waren; fchoon bEda dit -fielt onder de Regeering van Keizer marcianus. De grenzen dier Landftreeken heeft melis stoke, in zijn Rijmchronijk, zeer juist bepaald, in dirk den II.

Het is niet naauwkenrig te bepaaleu, tot wat tijd toe de Friezen zig binnen de grenzen' gehouden hebben. Intusfchen is het zeker, dat de naam der Friezen, zig eenigen tijd over Se Schelde, tot in het Land der Morinen, dat is, Vlaanderen, heeft uitgeftrekt; gelijk zulks blijkt uit audoenus, een Schrijver van de zevende eeuw, die de Friezen tegen over Antwerpen plaatst: en ook uit eene oude aantekening, waar in Oostende een Steedje van Friesland genaamd werd. Behalven dit is het blijkbaar, dat het ftrand, langs de Vlaamfche kusten, ook onder den naam van het Saxifche ftrand begreepen word. Dan dit is ontdaan uit de heerschzugt der Vorsten, die tot hun bederf geweest is, en die men tellen laoet onder de oorzaaken, dat die heerfchappij der Friezen aan den Westkant der Franken verminderd is; aan welke kusten men gelooft, volgens *t verhaal van audoenus, daï karel de croote een derde gedeelte van de binnenfte over. wonnen Saxen naderhand heeft overgebaagt. Niet minder zeker is het, dat de grenzen ook Oostwaarts zijn uitgebreid; doch niet door de wapenen, maar vermids, uit Friesland, volk derwaarts, gezonden werd, om zig neer te zetten in de ledige woonplaatzen der Angel-Saxen, die wel eer hunne makkers geweest waren, in den togt naar Britannie, en, gelijk men mag onderdeden, eindelijk allen derwaarts ziju overgegaan. • Immers bij den Eiderjlroom (Egidora) is de

naam

Sluiten