Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HELDENDICHT. 23$

In d' omgang met haar' Man was 't eerste groen verfleeten;

Men had elkanders zwak reeds al te lang geweeten :

Het nodig' huisbeftuur ftreed tegens haar fatzoen :

Geen Sterv'ling kon het doel van haar beftaan bevroên:

Een Hond; een Aap; een Meid, Hechts om met haar te kijven;

Die waren, in haar huis, haare eêlfte tijdsverdrijven.

Mijn Held begreep wel haast wat hier van noden was:

Hij bragt zijn toverwoord, met nadruk, fteedstepas;

Verfraaide zijn gelaat, door met zijn hoofd te knikken;

En wist zijn Keesheid zo te plooien en te fchikken,

Dat door hem flechts te zien Mevrouw zich Pantalon

In al zijn' zwier verbeeldde, en Stientje (*) fchat'ren kon:

Zijn geest wierd, door Mevrouw, den geest van veel' Mevrouwen:

Al wat Hij deed of fprak wierd als iets fraais onthouën;

En

(') Het is onzeker wat Stieltje ten huize van Mevrouw geweest is: Eenigen denken Kamenier; Anderen Naaister; Anderen Kindermeid ; en nog Anderen, om het veiligfte tr gaan, geloovEii, dat Zij een Zaainrtiftel van dit aLemaal was.

P 4

Sluiten