Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEMËRT.

833

van Alden, of Ouden Biezen. Deeze Heerlijkheid word beftierd door een bijzonderen Commandeur, door den LandsComtnandeur aangefteld. die hier zijne wooning heeft, welke , voor omtrent 50 Jaaren, naar den hedendaagfchen fmaak merklijk verbeterd is geworden, en om die reden de Commanderij genaamd word.

Oumiddelijk na de inruiming der Majorie aan den Staar, naar inhoud «an 't vredensverdrag vau Munjler, in het Jaar 1648, rees tusfchen H. H. Mog. aan de eene, en de Duitfche Ridders ter andere zijde, een groot verfchil; niet zo zeer over 't hoog' en laag Regtsgebied, ten aanzien deezer Heerlijkheid, 't welk den Ridders niet betwist kon worden, als wel over 't Regt van Souverainiteit, of't opperfte gebied over dezelve, dat de Ridders zig wilden aanmatigen, als ware het eene volftrekte onafhanglijke heeifchappij, eu als een Lid des Duit fchen Rijks aan te merken, dat met het Hertogdom Braband geen andere betrekking had, dan dat het fïond onder 's Hertogs befcherming , ingevalle die van Centert dezelve van hem als Schutsheer nodig hadden. Dit gefchil was voor de Ridders van des te meer aangelegenheid, dewijl, ingevalle de opperheerfchappij over dezelve aan de Algemeene Staaten toebehoorde, deeze geheele Commanderij , met haare onderhoorige goedereu, zeer gereedelijk aan 'c Regt van Confiscatie (Beflagneeming) zou hebben konnen onderworpen worden, even gelijk de andere Kerken en Kloostergoederen op der Staaten bodem.

De Algemeene Skaten hadden alle mooglijke bewijzen, ter ftaaving hunner Souverainiteit, op hunne zijde, naardien zij, zedert de overgave der Majorie, in de Regten der voorige Hertogen van Braband getreeden waren. Zij wisten te betoogen, dat Centert voorheen een gehugt of uithoek van 't Dorp Bakel geweest was, en wanneer daar na, binnen het zelve, een Kerk geftigt werd, deeze een filiale Kerk des opgenoemden Dorps was geworden; dat de Kommandeurs, in hoedanigheid van Heeren van Gemert, in eriminecle en ei«iele zaaken, ten allen tijde, aan den Raad van Braband, toen te Brusfel hunnen Zetel lubbende, waren onderworpen geweest; blijkende zulks uit twee brieven, namelijk van de P 5 Ja*

Sluiten