Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verrukking! wat vervoerend Lied! Is 't Isrels maagdenrei, die 't oog ginds naadren ziet? 6 Ja, de blijde galm rolt reeds haar helden tegen.

„ Tnurnf! triumf! Gij zegeviert; „ ö Jakobs heerlijk kroost! God heeft het dus beftierd: „ Dit heil heeft u zijn arm verkreegen! "

Triumf! (dus wordt de rei beantwoord door den ftoet „ Der juichende oorlogfchaaren) „ Triumf! de zege is ons: blijft op jehova ftaaren! j, Hij is 't alleen, die wondren doet.

De woeste Legerknaap moge op zijn fterkte roemen En forschgefpierde leen:

De dwingland voor één poos de onnozelheid vertrcên:

Uw ftille vest ten puinhoop doemen,

6 Mispe! ö Bedehuis van God!

Hij ruk met al zijn magt op uwe onweerbre wallen,

Ruk woedend aan. God wenkt. Triumf! hij is gevallen.

Triumf! juich, Israël! in uw gezegend Lot!

Gelijk

Sluiten