is toegevoegd aan uw favorieten.

Vaderlandsch woordenboek [...]. Negentiende(-twintigste) deel. HAA-HAAR (-HOL).

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

236* HAARLEMS Cefchiedenisfen.

Koninglijke Hoogheid gedaan overleveren, ten einde hoogstderzelver welbehaaglijke Electie daar uit te doen, en wegens de optellinge der Stemmen, ook op de Nominatie niet gebragt had kunnen worden.' En over zulks een zaak, welke hunne Ed. Achtb., na ferieufe en rijpe overweeginge, geenzints hadden .kunnen overeenbrengen met de Stads Privilegiën en Rechten, maar eeds en pligtshalven waren genoodzaakt te moeten aanzien als direct itrijdende met dezelven, en waarom dezelve Eleftie of Aanftellinge, zo wel als de Meerderheid van de wettig geëligeerde Heeren Burgemeesteren had gedaan, niet anders konden houden dan voor informeel, en waar omtrent, volgens hunnen dier geltaafden Eed, ter bewaringe van de Stads Privilegiën en Rechten, niet konden afzijn, alles wat mogelijken gepermitteerd konde zijn, in het werk te ftcllen, tot redres van dien.

Dat, bij die occafie, zij Heeren Gecommitteerden zig verders hadden beroepen op de Stads Privilegiën zelf, en inzonderheid op het Privilegie en Octrooi van hunne Ed. Groot Mog. van den Jaare 1651, dat zedert bij de Vroedfchap altoos was bezworen en in het werk der Magiltraatsbeltellinge en het maken der Nominatien, zedert, ten allen tijde, in volkomen obfervantie was geweest, mitsgaders op de posfesüe, waar in de Vroedfchap van onheugelijke tijden dienaangaande, zonder eenige dubiteit of tegenzeggen, had gejouisfeerd; met al het geen verders ter zake dienen konde, om in deszelfs dagligt te ltellen het ouwederfprekelijk Recht van de Vroedfchap, tot het formeeren der Nominatien, dat even zo klaar was, als het Recht der hooge Heeren Prinfen Stadhouderen, om uit die Nominatien derzelver Electien te doen; met aanhalinge van de inconv'enièritién en verregaande coufequentien, welken daar uit noodwendig zouden moeten refulteeren, indien hoogstdezelven daar buiten zouden kunnen gaan, en welke faculteit of recht zij niet wisten dat bij den Souverain, aan de vorige Heeren Prinfen Stadhouderen, immer was geconfereerd, of dat ook ooit bij hoogstdezelven of bij haare Koninglijke Hoogheid, in derzelver hooge kwaliteit, was gefustineerd of gepretendeert geworden; maar dat, integendeel, de handelwijze, bij haare Koninglijke Hoogheid altoos, en nog laatltclijk omtrent de Nominatie van

den