Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c 3 )

Dichters hunne bekwaamheden ten voordeele van her 1 ooneel aanwenden.

De Heer WnsLaóeh heeft ons met het tegenwoordige Stukje» Roosje en Coïas getoond , dat er wel gelegenheid is om den aanfchouwer te doen lachen zonder toevlucht te neemen ïot oï natuur ykheden, waarvoor den kunstkenne gdlt en welhgt zou de oorfpronglyke Dichter meer dergelyke gelegenheden uitvinden , ware hef Hechts dat hy daar toe behoorelyker wyze Lult moed.gd werd: zekerlyk is de Franfeheka^x een vrolyker geffel dan wy Nederdders,Z^ en Khlrhl f' ^t het uitdenken van Bly.

£fik£n Pt«en : maar,evP»wel turnen wy met de ltukken toonen , ook in die taak eeni4 bekwaamheid te bezitten, en onze oorfprongdyke Stukjes var. dien aart, zouden meestal' dat verdeel hebben , datze Nederlan&fche gewoonten, gebTkm enz zouden vertonnen en belachen: wy^durvS den Heer ijslager voornoemd aanmoeEn om m zynen aangevangen weg voord te gaan gn e? alleenlyk om dat zynEd*. bekwaamhede&n by ons reeds voor langen tyd bekend geweest zyn maï ook om dat zyn Roosje en afar mm op nlïuw van zyne verdienden in de meergemelde taak oveSd heel : want niemand kan ontkennen dat het geze" de Stukje, met de verdichte losheid, en met het Ievendigfte gevoel fdit tog is in alle Dichter vol ftrekt noodzaakelyk,) behandeld is : de Beftuur. ders van den Schouwburg behoord-n den Heer lynseaoer m 't byzonder aan te moedigen, (daS

Aai.'t zuiv'renvandeTaaI, 1 polyften van de Zeden fteedenr.enVankUnft* Cnvrucht bi'.

Sluiten