Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L T S P E L, 33

FADRIQUE, als bode. Dees brief wierd my gegeeven. 't Is wat laat gefcbied.

De oorzaak weet ik niet. BLONDINE.

JDces brief, aan hem gefchreven,

Meerdert myn verdriet: Helaas! wat moet ik beeven, MONROSE. Nu men my befpied.

Wiens hand heeft dit gefchreven?

't Zegel ken ik niet. Olimpia myfchryven! FADRIQUE.

MONROSE. Ik kreeg hem van haar hand.

Zeer goed, ik zal hier blyven.

Houd u wat aan een' kant. „ 'k Heb u te lang doen wachten.

„ Gy, die my durft verachten, „ lk weet reeds uw gedachten, Waarop grond zy haar klagten?

„ En de oorzaak van uw haat. Wat zyn dat voor gedachten ?

Die achterdocht is kwaad. „ Wat lot fiaat my te wachten?

„ Daar gy myn min verfmaad. Nooit kan men, door bedreigen, Iets op myn hart verkrygen. „ Die pagie, jong van jaaren, „ Moet gy my openbaaren; „ Myn wil moet zyn voldaan: „ Gy moet hem ftraks ontflaan. Ik fpot met haar beveelen; Ik weet, in alle deelen, Wat my te doen zal ftaan,

Sluiten