Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPËL. Sï

Dwingt my myn lot dat ik voor eeuwig hem ontvlie'!.. Rampzaalge! u zou natuur vertroosting doen verwachten, U, die haar (nood verried? haare akelige klagten Herinneren u (leeds al.1' wat gy hebt misdaan! Neen, niets kan ooit de ftem der wroeging wcderflaan. Myn vriend!.. myne echtvriendin!.. Sophia! ö myn waarde! 'k Bezat uw hart,, en 'k wierd uw moorder! ik, ontaarde! Dat kind , dat kind was't myne! ik was zyn vader!.. God!

Na eene rusting. En 'k vlugt fchoor voeten de uit dees plaats, myn firaffchavot! Welaan.. . gaan wy ter dood. Moet ik, in myne elendena Myne oogen nog naar dees bedroefde waereld wenden ? Ze is flechts een fchaduw', die myn' vlotten gee: t ontvlied! Den band , die me aan haar bond, deed ik verwoed teniet. Verzaad van 't leven, en myn baan ten eind' geloopen, Staat in het groot heelal voor myn gezicht niets open Dan 't graf., 'k omhels het, en ik fleep daarin , met my, Vergeeffche droefheid, fchrik, en wroeging die ik ly'1 Befchikker van ons lot! myn hoop en lïeun te gader! Ach! wees myn rechter niet! 6 God, wees my een'vader*

Hy knielt neder. Uw medelyden kome alleen myn ziel te ftaê! Ik roep niet anders dan : „ 6 God! genaê' genaê!" Zie een' elendeling voor u in t ftof gebogen! Zie hem barmhartig aan met uw menschlievcnde oogen! Gy kent de zwakheid van den broozen flerveling; Het is van u , dat hy zyn gantsch beftaan ontfing,Gyzelf hebt ons gevormd; gy kende alle onze wegen , ' Alle onze daaden.., zelfs eer wy ons aanzyn kreegen;

Gy

Sluiten