Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 27 )

wanneer men nagaat, dat men ten tijde van Maurits, meer bedagt was op het aanftellen van een' erfraad, die voorheen in een zeer wisfelvalligen ftaat was, en nu eindelijk, uit den reeds regeerenden Magiftraat, waarbij nog een getal van veertig, door haar genomineerde, perzoonen kwam, en een twintig-tal van den kant van Maurits, door deezen Stadhouder tot eene permanente Vroedfchap van veertig Raaden gebragt is; — wanneer men nagaat, dat men toen ter tijd meer bedagt was, om aan de twe leden van Staat het geufurpeerd recht van eleBie te betwisten, en het zei* ve aan den Stadhouder te geeven, uit aanmerking, dat die leden het nimmer gedoogen zouden, dat de ftad van dit recht gebruik maakte; en het ook zeer waarfchijnlijk was, dat Maurits,in geval van questie, of dit rechtaan de voorftemmende leden, dan wel aan de ftad toekwam, van zelve den rol van dien zekeren Advocaat gefpeeld zou hebben, die, om da questie van de twistende knaapen over den gevonden oefter, meefterlijk en belangeloos te beflisfen, hem opbrakj, den visch opflorpte, en' elk der knaapen met de helvt van de fcbelp t'huis zondt; en het dus ook waarfchijnlijk is, dat men, liever aan de eer willende blijven, dit recht aan Maurits afftondt, deels, uit eene bizondere déférence voor den Stadhouder, deels, om het niet langer bij de twe leden te willen laaten verblijven; en niet uit onkennis aan hunne aêloude rechten, maar geen oogmerk hebbende, om eene geheel vrije regeering te zoeken; of ook wel, dat zij dit oogmerk hadden, maar 'er

Sluiten