Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 1;j

C a ï n.

Laat hij vrij op mij nederdonderen, ik zal zijn blikzem zecgenen. Jk ben den dag moe, ik haat mij zeiven zoo, _ ik zie zulk een droevig vooruitzigt,dat de dood,een eind maakende van mijne elende , de groofte blijk van zijne gunst zoude zijn. Ik ben van een Vrouwe gebooren , en in haar gedoemde ingewanden heb ik alle de rampen geërft van het bloed waar uit ik gebooren ben, en van alle de ongelukken , die een wreede God aan den Mensch bereid, is de last alleen op mijn hoofd gevallen.

Adam,

Neen, mijn Zoon, God rechtvaardig in zijne vonnisfen, heeft alle de pijlen van zijn gramfchap niet voor uw hoofd alleen vergadert, Hij ver. zacht nog de elende van den gevallenen, en opent U zoo wel als ons de fchat zijner Genade. Uwe klachten, uwe wanbedrijven alleen, kunnen er U van berooven: Zoo gij tot hem wederkeert, zult gij dezelve ook wedervinden; berouw zal uw zijn

befchermende goedheid weedergeeven ; God is

niet lang vertoornt , en al ftraft hij het afwijken van zijn heilige Wet, bied zijn toegeevende hand nog vergifnis aan. Gij befchuldigt hem; mijn Zoon! Wel van waar dit morren ? Heeft hij U in dit Oord niet alles gefchonken , waar door de

Natuur onze zinnen kan ftreelen? Heeft Hij U

niet nog veel aangenaamer gefchenken gegeeven, in het teder gevoel van uw hart, hebt gij geen 2 5 Vri ea*

Sluiten