Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KLUCHTSPEL. 29

Nicodemes. Neen, myn Margo die zal niet liegen, ïs Bart'lomeus dood? fpreek voort. Margo.

Wel ja.

Nicodemes. Ik hou my aan jou woord. Bartolomeus.. Kom, wil my met uw handen raaken.

Nicodemes. Sta af, of ik zal gaaten maaken.

M argo.

Raakt hy u aan , gy word ftok ftyf. Och, hou de geest doch van jou lyf.

Bartolomeus. Ben ik een geeft? wel watte plaagen.

Nicodemes. Gy moogt het aan Margo zelf vraagen, Om dat hy hier fteeds woeker dreef, En hielt van houwen , niet van geef, Zo moet hy met de woekeraaren, Nooit rusten, maar voor eeuwig waarenMargo.

Daar komt de geest, och, och, myn Heer!

Nicodemes. . Blyf van myn lyf, geest, of ik zweer...

Bartolomeus. Ik bidje wilt my fpreeken laaten.

Nicodemes. Met geesten moet men niet lang praateu. Blyf liaan, verroerme niet een lid; Maar wilje dat me voor je bid? Men zal : maar wil van verre fpreeken, Of ik zal u terftond doorfteeken.

Bar-

Sluiten