Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KLUCHTSPEL. 3I

Geleert zyn, maar myn Heer, die allen Tot nog toe zyn te licht gevallen. Gelyk ik hoop, uw Broeder ook Verdwynen zal, gelyk de rook.

Jonker. Had Jonker Blyhert hier gekomen, Zou hy van hem zyn aangenomen Tot Schoonzoon, na zyn Broeders raad, Al was hy ichoon geen Advocaat ?

Izabel. O neen, dat hadhy niet tehoopen.

Jonker. Gy zult het anders af zien loopen, Gy word zyn Bruid nog dezen dag.

Izabel. Ik wenfte heer, dat ik het zag. Hy is een heer, van groot vermoogen.

Jonker. Zie Jonker Blyhert voor uw oogen; Zo ik betuig met deeze Brief, Zyt gy myn echt verknogte Lief, Aan my in eigendom gegeeven, lk ben, myn tweede ziel, uw leeven.s Uw Minnaar, en uw Bruidegom.

Iz abel. Myn Engel, zyt hier wellekom, Ai red my eenmaal uit de banden, En ftrikken van myn Vaders handen. Hy flingert my zyn eenig kind, Met trouwen, als een dwarrelwind.

Jonker. Hier is de ruftplaats van uw zinnen, Ik zal u eeuwig trouw beminnen.

Izabel. Maar hoe zal 't met uw Broeder gaan ?

Jonker. ^aagt gy hem voor myn Broeder aan ?

O neen,

Sluiten