Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L Y S P E L. 29 Al myn vertoeven, zal geenszins beletten...* DERDE TOONEEL.

MÉLANIDE, THEODON.

THEODON. lrY%

'k 1 *ad

Naar uw vertrek, wyl 'k u iets vreemds te ontdekken had.

MÉLANIDE.

Ik was by Dorizéë, alwaar wy t'zamen fpraaken: Maar ik. verlaat haar vddrt zo 'k andren zie genaaken.

THEODON.

Gy vliefit de Waereld dan?

MÉLANIDE.

Heel veel.

THEODON.

't Verwondert my; Wie zoekt haar niet die zo veel gaaven heeft als gy ? En, daarby zéker, is eens ieders hart te winnen? Daar zo veel andren haar, in tegendeel, beminnen, Die midden in 't gedrang zich werpen, met gerucht, En volgen, dol van drift, de Waereld die-haar vlucht i

MÉLANIDE.

Myn Heer, hebt gy my niet met alle te openbaaren?

THEODON.

'k Weet niet wat ik u moet verzwygen of vcrklaaren; Een haatelyke maar' bleef best voor u gefmoort. MÉLANIDE.

Neen, fpreek.

THEODON.

Ik vind my-zelf ten uiterfte geftoort.

MÉLANIDE.

Waarom, myn Heer?

THE*

Sluiten