is toegevoegd aan uw favorieten.

Vaderlandsch woordenboek; oorspronklyk verzameld door Jacobus Kok. Vijf-en-dertigste deel. ZUIL-ZYP.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZWINGLIUS. ( ULRICUS) 16S

„ ven (vervolgt de Engelfche Aanmerker) tusfchen eenen „ Eerdienst, die zuiver en wijsgeerig zedelijk is, en esnen „ plomp en tastbaar bijgeioovigen Eerdienst, zijn menigvul„ digs tusfchen beiden gelegene om Handigheden, door welke „ een zedelijke Eerdienst aandoenlijker en opwekkender kan „ gemaakt worden, zonder daarom tot bijgelovigheid over „ te flaan. Een aanzienlijk gebouw, een itaatlijk muzijk, „ eene wel aangelegde reeks van uiterlijke gebaaren, fchoon h zij in zich zelve onze Gebeden niet een zier aaugenaamer ,.. en welbehaagelijker bij de Godheid maaken, dan als of ze „ zonder deeze omftandigheden haar werden opgedraagen, „ doen, nogthans, eene goede uitwerking. Zij verheffen het „ gemoed, zij verwekken in hetzelve eene gevestigde en „ ftaatelijke aandoening, en zijn dus bevorderlijk tot de „ vuurigheid van deszelfs Godsdienftigheid."

De vermaarde joannbs calvinus, hoewel, wat de hoofdzaak der Godsdienftige leerbegrippen aangaat, in de voetdappen van zwinglius treedende, verfchilde, nogthans, van hern in eenige bijzonderheden. Zwinglius hadt een plan van Leere en Kerktucht ontworpen , en ook ingevoerd. Dit plan behaagde niet in allen opzigte aan calvinus : weshalven bij dienftig oordeelde, hetzelve, in zommige opzigten, te veranderen en te befchaaven. Om bet verfchil tusfchen deeze twee doorluchtige Kerkhervormers te doen blijken, lust het ons, hier eene opgave te doen van die verandering of befchaaving. Dezelve bepaalden zich tot de drie volgende bijzonderheden.

De eerfte bijzonderheid was deeze: „ In zijn Ontwerp „ van Kerkbeftuur (wij bedienen ons van de woorden van „ den Hooggeleerden mosheim) hadt zwinglius eene vol„ dtekte en onbepaalde magt, in zaaken van den Godsdienst, „ aan de Burgerlijke Overheid afgedaan, en de Kerklijken „ op een trap van Ondergefchiktheid geplaatst, die veelen „ mishaagde; maar tevens erkende hij eene zekere Onderge„ fchiktheid en verfchil van rang onder de Dienaars der Ker„ ke, en oordeelde het zelfs raadzaam, aan hun hoofd een ,, blijvenden Voorzitter of Superintendent te ftellen, bekleed „ met zekere maate van toevoorzigt en gezag over 't geL 3 i, heele