Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 19 DERDE BEDRYF.

EERSTE TOONEEL.

V Is nacht, i

•yrrf LiNCUS, alleen.

W at kon zo fchielyk van 't altaar myn bruid vervoeren? Wat duister voorgevoel kan my zo fel ontroeren? Ik zoek haar overal; men wederhoudtmyn treên! Ik vraag; men fchrikt en geeft geen antwoord op myn reênl 't Is me alles hier verdacht, ja'kmoetmy zelfmistrouwen; Ik word befpied,ontvlucht:wat tracht men hier tebrouwen? Goón!... Erox zei me, dat hier in dit oogenblik De Vorst haar onderhieldt; wat heimelyke fchrik!.... Wordt zy aan my ontrukt V Wat wil men my bereiden ? Hoe tracht men ons misfchien weer van elkaar tefcheiden! Dat Danaüs verga, dit hof ter neder ftort', Waar in men 't recht verbreekt, daar trouwgefchondeti wordt.

Hy my verraaden!... neen, ik kan zulks niet vermoeden!

Uy kan in zyne ziel dit wreed befluit niet voeden.

ó Banden! eeden! hoe! zoudt gy ontheiligt zyn?

Dat zulk een achterdocht uit myn gemoed verdwyn'.

Ik geef te veel gehoor aan ydele vervoering.

Maarwie genaakt deez'plaatshvatonverwachte ontroering!

TWEEDE. TOONEEL.

LINCEUS, EROX.

GE R O X , in V vevfchiet. oön!

LINCEUS.

Wat hoor ik?

EROS.

Sluiten