is toegevoegd aan uw favorieten.

De onechte zoon, tooneelspel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hó" DE ONECHTE' ZOON,

frederik.

Na eene vijfjaarige fcheiding van mijne moeder keer*-* de ik heden te rug, vol van liefde tot haar, vol van; zoete droomen eener levendige verbeeldingskragt., Ik vind mijne arme moeder krank', aan den- bedel» ftok, zinrs eergisteren hongerende — geen bos ftroo: onder haar hoofd — geen dak voor regen en on4 weêr - geen' barmhartig mensch,-die haar de oogen fluit — en geen-plekje gronds waarop zij fterven i kan. — Maar wat bekommert' dat mijn vader! die heeft een fchoon flot, en zagte donzen bedden; en als hij fterft, dan zal de heer pastoor in eene treffelijke lijkreden zijne christelijke deugden voor den naneef prijzen!

baron,

Jongeling! hoe heet uw vader? (ontroerd.)

frederik.

Dat hij de zwakheid van een onfchuldig meisjö misbruikte; door valfche éeden haar misleidde; dat' hij een ongelukkig fchepfel het aanzijn gaf, 't welk hem vervloekt; dat hij zijn' eigen zoon bijna tot een' vadermoorder maakte ... o dat zijn kleinigheden, welken zich aan gene zijde des grafs door zulk een Huk goud weder laaten goed maaken. (Den Louk d'or voor zijne voeten werpende.)

baron; buiten zich zeiven. Jongeling ! hoe heet uw vader?

ïbe'