Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE ZANG. 19

Europa bleef't bewondrend oog, De Witten op uw grootheid vesten; Uw geest voor 't willend ftof te hoog* Vlood naar beftendiger gewesten: Dan, eer deze aard U werd ontzegd, Was, door uw hand, den grond gelegd, Van Vrijheids onverwrikbre zuilen: Dat vrij de heerschzucht wroet en knaagt, Dat vleizucht vrij haai- zetel fchraagt, De trouw door u gekweekt, blijv' zich in 't hart verfchuilen.

Die trouw ontwaakt, als bange nood, \ Verdrukte recht om hulp doet fmeekenj Schoon eigenbaat 's volks heil verftoot, De Vrijheid leert haar kluisters breeken: Als Saatkunde aan de Witten denkt, En, door hun zaalge fchim gewenkt, Het wraakfwaard tot 'svolks heil durft wetten* Dan word, in 't vrij gemeenebest, 't Verbond der cendragt weêr gevest, Dan kan geen zelfsbelang de ftera der ttouw beletten.

B i Wat

Sluiten