is toegevoegd aan uw favorieten.

Een tweetal leerredenen. Zijnde de eerste eene lijkrede over Handel. XX. 36, 37, 38, a. [...] door Paulus Chevallier [...]. ter gedachtenisse van [...] Theodorus Adrianus Clarisse [...]. De andere [...] over Handel. XIII. 38, 39 [...] naar deszelvs handschrift ter drukpersse vervaardigd door Petrus Abresch

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iz LEERREDE

en fchuld ontheeven, en de ingewrochte geloofs hebbelijkheid is een bewijs, dat z,ij reeds werkelijk van onder den vloek verloft zijn. ■ On-

dertuifchen heeft dan nog hunne rechtvaardiging haar volle beflag niet aan hunne zijde. Schoon zelfs het vonnis van God in het woord reeds voor de zulken ten goede ligt, zoo is echter mede noodig, dat zij van dat vonnis voor Zich de toepaffing kunnen maak en. En hoe koomen zij daartoe? Niet door te bezien, dat Zij reeds veranderde en bekeerde menfchen zijn. Niet door zich met hunnen honger en dorft zelf te verzadigen. Neen! daar God de Heilige Geeft een waar beginzel van genadeleven werkt, daar werkt hij ook zodanig bezef van fchuld en geheele verdoemeniffe, dat de ziel niet kan te vrede zijn, dan met de volkoomene, en voor God behaanbaare geregtigheid van zijnen grooten Zoon. Zou de ziel fomtijds gevaar loopen, om zich bezijden dat eeuwig fundament te bouwen, de Heer breekt die onderneeming telkens af, en doet ze tot niet loopen. Of is de ziel, op eenen anderen tijd, door fchuld bezef te vreesachtig, om de haar aangeboodene, endoor het Euangelie gefchonkene gave der genade te omhelzen, de Geeft verfterkt het ingewrochte genade leven; doet het zelve door alle belemmeringen en dubbingen heen breeken; en leidt Zoo de ziel tot Chriftus, en door hem tot God. Naar mate nu deze geloofs vereeniging der ziele met den Heiland levendiger, opgewekter, en vertrouwelijker gefchiedt, krijgt ook de rechtvaardiging te meer haar volle beflag in het gemoed; vooral, wanneer diezelfde Geeft de ziel fceftraalt, om te zien de dingen, die haar ge-

fchorw