Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aS DE GOUDLAKE'XSCIIE SCHOENEN;

Odille, zuchtende. Ikweet het niet ;macr welk een winst kan't hem bezorgen?

De Baron, peinzende. Het waren fchoentjes, voor de bruiloft tegen morgen, Die gij begeren zoudt, en dus een enkel paer, Maer dan goudlakenfche, niet waer? [Terwijl Odille hare ooien nederjlaet) Nu , wilt gij zulk een paer van mijne hand ontvangen ?

Odille , zeer verlegen. Mijnheer!...

De Baron, met aendrang. 'tHangtvanuaf., om nuuw'wcnsch te erlangen. Odille, met levendigheid. o! o! Zoo ik dat dede, of'tmij ook Zuur bekwam".... . Maer 't lust Mijnheer mij wat te plagen: Hoe zou ik fchoenen durven dragen, Waervan mijn Man de maet niet nam ? Behalve dat, 'er ligt zoo veel niet aen gelegen.

De Baron. Gij hebt gelijk ; maer wacht! . . .

(Hij Jlaet op, en zegt ter zijde)

Dit moet ik overwegen. , . 'kBekén het zelf, het ware een weêrgaclaoze grap.

(Over*

Sluiten