Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4 DE GOEDE KINDEREN.

laaten ze maar negotie doen, en fchepen tiitrusten, dan kunnen ze door hunne onbarmhartige fchuldeifchers ook heel fchiclijk bij mijn lieven Vader gebragt worden «— 't is gemaklijk geen fchulden te hebben als men gevangene menfehen alles dubbeld doet betaalen , dat fchande genoeg is, zo als Moeder al dikwijls gezegd heeft — maar daar zullen wij tog niets aan kunnen veranderen ; daarom zal ik maar heen gaan, en den armen gevangen man zijn fchoon linnen en ver. verfebing brengen. (Hij neemt een dikke muts uit het mandjen.) Jongens wat zal Vader met die müts blijde weezen! die zal eerst recht warm zijn; en 't is waarlijk ook al koud genoeg voor een dikke muts — maar wacht, ik zal die druiven bovenop leggen , zij mogten door de

muts befchadigd worden en ook, als Vader

dan het mandjen open doet, ziet hij zo aanftonds de druiven; dat zal hem recht aangenaam weezen, want hij is er een groot liefhebber van — hoe heitgt het mij dat hij, als hij van de beurs kwam, ieder van ons een frisfche perzik medebragt; of een paar peeren , of wat anders! maar nu! (hij weent:) ja nu! — nu zit hij gevangen;

nu moeten zijn kinderen hem wat brengen

evenwel zal hij, hoop ik, niet lang meergevan-.

Sluiten