is toegevoegd aan uw favorieten.

De geest der Nederlandsche dichters

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C69 )

MILDE DANK.

Gierige ghijs hacit zich overgezorgd, En in de wanhoop zich zeiven verworgd: Hadt hem zijn knegt niet een fneedjen gegeven, 't Liep 'er op 't eind van zijn gierige leven: Ai 't loon, dat deze knegt verkreeg voor zijne tr.mw, Was een heb dank; mids betaalende 't touw.

dezelfdt.

KLAAR en JAN.

Ik hou mij nog al fijn te bedde bij mijn el aar,

Niet waar? zei oude jah: ja, zei ze jan, niet waar.

dezelfde.

BETER VOOR BOTER.

Besjen wilde boter fpaaren,

En de kindcrs wierden t'wijs, Om daar beter in te vaaren,

Viel de kaars omver, kwanswijs, Eesjen, kundig van die ftreeken,

Sloeg haar boter gaê, voor 't eerst, Door haar handen uit te (teken,

Daar elk een in fneedt, om 't zeerst: Zie, zei Besjen, 'k mogt wel vreezen; Dat zou in mijn boter wezen.

dezelfde^

E 3