Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3M THE.

Thekoa: Trompet; een ftad in KanaanJl

2 S am, 14 : 2. Th blaH , Lid; zoon van Refeph,!

Chron. 7: 25. Th ema : Wonderbaarlijk ; was

1) Ism'aèVs negende zoon ,Gen. 25:15.

2) Eene ftad in het fteenachtig Ara»; biën, Job. ó : 19.

Thkwan: Kostelijk; was

1) Een zoon van Éliphas, Gen. 35; ii.»

2) Een ftadder Edomieten,Job. 2: iïJ Theoootus, Pan God gegeeven, Nikail

nor's gezant aan de Jooden ,2 Maccab,!

14: 19 1 Thsophilus : Iemand , die God Hem

heefti een voornaam man, aan wienl

Lucas zyn Evangeliüm heeft opge«l

draagenj Luc. 1 : 3. Handel. 1:1. Theres: Erfgenaam ; Ahasverus KsHl

merdienaar, Efth. 2: 21. Thbuoas: Belydenis of Lof; een manJJ

die zich voor den Mesfi .s fchynt uifl

gegeeven te hebben , Handel. 5: 36» I Thibeath: Moord; bergftad in SyrienJ

1 Chron 18: 8. Th»bni: Kaf; Chinath's zoon» 1 Kon.1

16: 21.

ThicïlathpIlleser t Bie de afvalligê rebe len met de kroon verè'enigd; koning! vanMsfyriè'n, % Kon. 15; 29.

Thikwa: Godvruchtig; was O De vader van Sallurn, 2 Kon. 221|

I4. *j

Sluiten