is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzameling van placaaten, resolutien en andere authentyke stukken enz. betrekking hebbende tot de gewigtige gebeurtenissen, in de maand september MDCCLXXXVII, bevooren en vervolgens, in het gemeenebest der Vereenigde Nederlanden voorgevallen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

66 PerzmeKng van Stukken bètreUelyk tot'

maaking van het profyt en welwezen van onze Stad én Burgery; — ter contrarie, dat zulks eeniglyfc gediend heeft, tot voltooijing van het onwettige, fchaadelyke en drukkende gezag van Willem den derden, aan wien behalven dat, willekeurs genoeg in de uitoeffening van zyne Stadhouderlyke macht was overgelaaten, zonder dat 'er acht gefla* gen wierdt, hoe het een en 't ander ten eenemaal was contrarieerende en ftrydig met de Privilegiën, Handvesten en Gerechtigheden van dezen Lande; —■ om niet te fpreeken van de volftrekte onwettig» heid der invoering van dat Provinciaal Reglement, alleen door de twee voorftemmende Leden (die zich niet bemoeijen mogten met het Hellen van de Magiftraaten van Stad en Steden), met concurrentie van Willem den derden, eigener authoritek, en gewapenderhand, zonder dat men het derde Lid van Staat daar in gekend heeft, eerder, dan toen alleen de Stad Utrecht (en niet de andere Steden) genoodzaakt wierdt, het Reglement zoo als het reeds geftatueerd was, te beéédigen, ofwel, voor eiken individuëelen Regent die het weigerde ,

eene discontinuatie te risqueeren: by eene

bedaarde overweeging van dat een en ander, herhaaien wy, kwam het ons voor, dat het beéédigen van het Provinciaal Reglement ons geenzins in den weg kon zyn, ten opzichte van het bevorderen van het profyt en welwezen onzer Burgery, in het vindiceeren van net jus Mnjestaticum onzer Stad, betrekkelyk het eigen aanftellen onzer Regeering, zonder contradiöie van iemand, wie ook} en zulks wel buiten tegenfpraak niet alleen, om dat onze Stad voor zoo veel haar huisfelyk beftier betrof, zich nimmer onder de verplichting bevonden heeft, om het Reglement van I674 ten tyde van deszelfs geweldaadige invoering, buiten haare toeftemming te beéédigen, en dus ten dien opzichte, zoodaanig in haar geheel gebleeven is, als zy in den jaare 1651, tegens de Heeren Staaten beweerd heefc, en als nogblyft beweeren; beroepende zyzich daar