Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( *9 )

Heer T. van Ilamelsveld een allerellendigst boek gefchreven heeft , over de zedenlijke toefiand der neder!, natte , en wanneer hij hem ten toon ftelt, als eenen lasteraar van ons volk , die in kundigheden en waereldkennis zeer verre te kort fchiet , om , over zulk een onderwerp , een leesbaar boek te kunnen fchrijven (*). Dit, zeg ik , is bij mij geen fchelden ; ten ware de Recenfent, in het bewijzen zijner befchuldiging , mogte te kort gefchoten zijn: waarover ik niet verkies te oordeelen. Even weinig heb ik uwe bekwame Confraters gefcholden , toen ik aanbood , hun voor het oog van 't Publiek te willen bewijzen , dat zij, domkoppen zijn. — Wanneer zij mijne bedongen voorwaarden vervullen ? en ik, dan, in gebreke blijf, omtrend de waarmaking mijner befchuldiging , zeg dan , Mijnheer , maar ook niet eerder , dat ik gefcholden

heb.

(*) Tot narigt van den Lezer lïrekke , dat ik aan de recenfie van dat boek geen deel hoe genoemd heb Zelfs betuig ik , hetzelve nimmer gelezen te hebben. Ik voeg hier bij, dat ik , nog nooit, ééne letter aan den Recenfent gefchreven, of op eenige wijze bijgedragen heb. Vergeli]k het gene ik te voren in den Konst- en Letterbode geadverteerd heb. I. D. N. 16. p. I3g, welke advertentie ik hier herhaal.

Sluiten