Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DANIELS GEBED. 15

Dit kwaad, van ftuk tot ftuk bedreigd in Mofes wet, 'Al dat verfchriklijk leed, is over ons gekomen:

Dan, h e e r! hoe fel gedrukt, geen ernftig fmeekgebed, [Geen bukken voor uw roê, werd onder 't volk vernomen.

ö Neen! wij hielden vast aan 't fnoode zondenkwaad. En wilden niet op 't fpoor van uwe waarheid wandlen:

Wij flooten oor en hart voor uwen liefderaad, iEn dwaaslijk koozen wij naar onzen wil te handlcn.

Hoe billijk hebt Gij dan uw langbedreigde ftraf Doen komen over ons! wij waren 't dubbel waardig:

't Was onze boosheid die U reden daar toe gaf, Uw ganfche weg met ons is heilig en rechtvaardig.

Maar nu, heer onze cod! die uit Egyptenland Uw volk hebt uitgevoerd door tekenen en wondren,

En U een' naam gemaakt, door uwe fterke hand, :Die hen in Kanan bragt, en voor U af wou zondren!

Wij hebben tegen U, zoo groot, zoo goed, misdaan: Waar is ondankbaarheid tot hooger' top geklommen?

Wij zijn godloos geweest; ons grouwelijk beftaan Sluit billijk ons den mond, doet ons voor U verftommen.

Zie eindlijk, groote cod! zie op ons in genaê, INa zoo veel tijd dat wij uw gramfchap moesten draagen.

Verwerp ons langer niet, fla onze fmeeking gaê, lOntfcrm U over ons, zco fel door U geflagen.

Och

Sluiten