is toegevoegd aan uw favorieten.

Handelingen van de Municipaliteit der stad Amsterdam.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 449 )

Stad Breda ; daar de Amfterdamfche Beurtfchippers» met die plaatfen worden gebenificeerd.

Dat derhalven, uit het reeds gezegde, ten duidelijkften confteert, dat 'er eene ongelijkheid plaats heeft, maar dat het, aan den anderen kant, ook waar is, dat hetzelve Veer, zo als het nu is, fiegts een fober beftaan oplevert, en het dus blijkbaar is, dat, wanneer dit Veer nog wordt vermeerderd , met een derde Schippersplaats , van hier op Breda , zulks voor de zes Schippers ruïneus is, ten zij dit Veer, met allen na"druk worde geprotecteerd, en ieder verpligt, alle goederen hoegenoemd, welken naar Breda , en van daar herwaards, moeten worden overgevoerd, aan dit Veer moeten worden bezorgd (bederfelijke goederen alleen uitgezonderd) met interdièie, aan andere Veeren, geene goederen, hoe ook genoemd, en onder welk voorwendfel, dit Veer eenigzins raakende, te mogen mede voeren, op zekere te bepaalene pcenaliteit.

Welke laatfte mefure mogelijk aanleiding zoude kunnen geeven , dat dit Veer weder op den anders welvaarenden voet worde gebragt, en men, gelijk van ouds, twee maaien ter weeke, zoude kunnen vaaren, en alzo beter en prompter voldoen aan de begeerten der wederzijdfche, daarbij belanghebbende, Burgeren.

Om alle welke redenen, uw Committé van advies zoude zijn, dat aan het Committé van Algemeen Welzijn , uit de Provifioneele Municipaliteit van Breda, behoorde te worden gerefcribeerd." Eerftelijk:

Dat het achterblijven van Schipper Hermanus de Rui/ter, volgends informatiën, niet is veroirzaakt door pligtverzuim , maar door vorst, tegenwinden en verdere beletfelen. — Ten anderen;

Dat het Veer thands in die fituatie is, dat het aanftellen van een' derden Schipper, van hier op Breda, de onvermijdelijke gevolgen zoude hebben, dat de thands, dat Veer bedienende, vijf Schippers, daarin geen langer genoegzaam beftaan vindende , dat Veer zouden moeten bedanken. — Ten derden:

Dat echter , niets aangenaamer aan dezen Raad zal zijn, dan kragtdaadig te kunnen medewerken, tot herftel en bloei van'dit Veer, en de belangen der weder-

X. 6twk. LU zijd-