is toegevoegd aan uw favorieten.

Frank van Borselen en Jacoba van Beijeren.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JACOBA van BErjEREN. 99

fchoon mijn Oom Piilips van Bourgonje , als fcheidsman tusfchen ons gediend hadt, 'er een angel in het gras verborgen was. Hoe vaak herhaalde ik henii dat het deel aan de Regeering voor eenige jaaren aan van Beijeren afgeRaan, ons het geheel bewind kosten 2011. En 't leedt ook niet lang, of door de helfche kunftenaarijen van mijnen Oom ontftonden 'er beginzelen van oproer in Braband. Mijn man, zeer op Braband gefteld, vertrok met mij na dat oord, om aldaar den tweedragt in de wieg te fmooren, doch dien tijd liet Jan van Beijeren niet vruchteloos voorbijglippen. Hij maakte gebruik van zijn gezag, en drong Kabbeljaauwsgezinden ten raadhuize in; jaa het liep, helaas! zo verre, datLeydcn, waar, gelijk gij weet, Wassenaar het hoofd mijner partij uitmaakte, genoodzaakt was met Utrecht en Amersfoort een verbond te fluiten.

Van Borselen.

Beklaaglijke Baat van een Land, Mevrouw! waar Stad tegen Stad aangekant, en Broeder tegen Broeder gewapend is.... ik herhaal mij ook de ijslijke tooneelen , die ik aanfehouwd heb, en de Hemel weet met welke oogen ik de vervoeringen van de eene zo wel als de andere partij heb aangezien.... Jacoba.

Weldraa braken 'er nieuwe vijandlijkheden uit. Ik moet bekennen de mijnen deeden den aanval, en G 2 de