Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Si 8 MEY 1799.

rie en van de bewyzen daartoe behoorende, aan dè provifioneele Commisfarisfen te doen ter handffel'len, welken bevoegd zullen zyn, om binften agc dagen daarna des te raden wordende, daar tegens ichriftelyk hunne belangen te allegeeren.

Art. 8.

' Dat daar medé de zaak zal worden gehouden voorvoldongen, zonder dat eenige verdere Notulen, Dingtaalen of Productie van ftukken zullen mogen geadmitteerd worden, ten ware de Rechter, na examinatie van het geene door de wederzydfche partyën zal zyn overgeleverd, noodig mogte oordeelen, fpcciaal ook ten opzichte van het geen door den Beklaagden ter zyner dcfenfie is ingcbragt of overgelegd, eenige nadere elucidatlën te requireeren, in welR geva! hy de provifioneele Commisfarisfen , en den beklaagden of deszelfs Gemachtigden beide, op zekeren door ham te bepaalen dag, voor zich zal doen requireeren, en na gegevene communicatie van het geen hem is voorgekomen, dezeiven'daarop, over en weder, mondeling zal hooren in hunne belangens, als mede indien de omftandigheden zulks mogten vereifchen, san de; eene of andere der Partyën een korten en peremptoiren tyd zal mogen vergunnen, om refpectivelyk, het zy tot juftificatie van het gefustineerde, h-t zy terdefenfie, nadere befcheiden overteleggen, zonder na verloop van dien tyd, eenig verder ui titel te accordeeren, dan om alleszins dringende redenen, van welker wettigheid op* de compleetfte wyze onmiddelyk zal moeten blyken*

Art.

Sluiten