Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i MAART 1800;

35

„ door veele zamenlopende Lichaamskwaaien buiten „ fiaat is den Lande Janger te dienen

„ Overweegende, dac hy zints d.n jaare 1763 den „ Lande in onderfcheidene qualireiten getrouw heefc „ gediend, en hy alle die vereischte bezie, welke tot „ het bekomen van Penfioen gerequireerd worden.

„ Bejluit:

„ Dat wanneer Frederik Alexander Ghyben, Rit„ meester in het tweede Regiment Bataaffche Caval„ lerie, uit den dienst van den Lande zal zyn ontfhgen, „ hem in de gemelde rang en dus met ƒ «Joo. 'sjaars „ te penfioneeren, integaan met den dag dac hy zyn „ ontflag zal hebben bekomen.

„ En zal extraét deezes, met byvoeging van de „ door het Uitvoerend Bewind overgelegde Requesten „ en Bylagen worden gezonden aan het Uitvoerend „ Bewind, om hieraan de noodige executie te geven, „ als mede gelyk Extraét aan Commisfarisfen tot de

Nationaale Rekening, tot informatie.

„ Zullende dit bef uit, overeenkomfiig Art. r5o der „ Staatsregeling, ter bekrachtiging worden gezonden

aan de Tweede Kamer, met en b'nevens het in „ deezen uicgebragr Rapport. en de Stukken daartoe

fpeéteerende, alles in originali.""

En daar de drie Ieezingen by de Eerfle Kamer blyken te zyn gefehied, is de tweede leezingvan dit bejluit, by deeze Vergadering, bepaald op Dingsdag den 4. Maart eerstkomenden.

ïs geleezen een Extract uit het Register der Befluiten van de Eerfte Kamer van het Vertegenwoordigend Lichaam des Bataaffchen Volks, van den 26, February laatstleden genomen, na gehoord te hebben, de confideratiën en hec advis van het Uitvoerend Be.

C a wind,

Sluiten