is toegevoegd aan uw favorieten.

Vaderlandsche historie, vervattende de geschiedenissen der nu Vereenigde Nederlanden, inzonderheid die van Holland [...]. Zesde deel, beginnende met den aanvang der regeeringe van Filips den Tweeden [...] in't jaar 1555; en eindigende met het ontzet van Leiden, in't jaar 1574.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FiupsIII

De Stad gaat o- j ver, by

404 VADERLANDSCHE XXIV. Boek,

ten, omringd werdt. Don Fredrik hield zyne" Legerplaats te Laagbusfem, alwaar Gerrit Pieter Aartszoon, door toedoen van Paulus van Loo, Drosiaard van Muiden, gehoor kreeg by Bosfu, die hem vraagde, of de Stad zig de bezetting hadt kwyt gemaakt ?Hy bevestigde dit, een en andermaal, zelfs met ecde. 't Was ook waar, dat eenige Ruiters ontglipt waren. Doch de overige bezetting was, door de Regeering en Burgery, met geweld, in de Stad gehouden, en de poorten, federt, met mest gevuld. Ook verklaarde van Loo, in de tegenwoordigheid'van den Schepen, das Naarden nog bezet was. De Graaf wilde hem toen niet langer te woord ftaan; doch beval hem, 's anderendaags, een bekwaam aantal van Gemagtigde naar 't Leger te doen fchikken, om op plcgdger wyze genade en draaglyker voorwaarden te verzoeken. Op den ;erften van Wintermaand, vervoegden zig zes of zeven Gemagtigden, en onder dezelven Lambert van den HoveoïHortenfms priester en Rektor der Latynfche Schole, naar Laagbusfem. Doch onderweg ontmoet hun Romero, die hun verzekert, dat Don Fredrik de zaak van Naarden aan hem gefteld hadt: waarop zy, uit fchroom of onbedrevenheid, zonder blyk te vorderen van 't gene hy zeide, hem te voet vallen en de fleu:els der Stad aanbieden. Hy weigertze te ontvangen, zeggende, dat menze hem by de Poort zou hebben ter hand te Hellen, en daar irerftaan, welke genade men te wagten hadt Dit geichiedde, en Romero belooft, eindeyk, op hun aanhoudend fmeeken, by handtas-