is toegevoegd aan uw favorieten.

Vaderlandsche historie, vervattende de geschiedenissen der nu Vereenigde Nederlanden, inzonderheid die van Holland [...]. Twaalfde deel, beginnende [...] int́ jaar 1648; en eindigende, met de vrede in't Noorden, in't jaar 1660.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(o Zie Aitzema Heifl. Leeuw. tl. 85. iii. Deel, tl. 534.

168 VADERLANDSCHE XLVI.Boek.

«opvolgers geen zodaanig regt hebben kon«den, ten ware het hun, by nader befluit, «opgedraagen werdt. Dat de uitlegging, die » Friesland aan de woorden by voorraad gaf, «vierkant ftreedt met het zestiende Lid der «Unie, waarin verklaard werdt, dat de uit«fttfaak der Stadhouderen agtervolgd zou « worden, zonder dat men zig, daartegen, van » eenige middelen van Regte zou mogen die«nen: 't welk egter vry zou hebben moeten » ftaan, zo de uitfpraak begreepen moest wor« den flegts by voorraad gefchied te zyn. Dat « ook de woorden nu ten tyde wezende niet kon»den gebragt worden tot de Vereenigde Ge» westen, om dat hieruit volgen zou, dat de » Gewesten, die naderhand het Verbond zou»den aanneemen, zig aan de uitfpraak der «Stadhouderen van de andere Gewesten zou»den hebben moeten onderwerpen, zonder «dat hunne eigen' Stadhouders mede gereg»tigd zouden zyn tot de uitfpraak: welk on» gelyk gezag elk zou hebben afgefchrikt van » de Unie; waarom men niet vermoeden kon, »dat de Bondgenooten hierop zouden gezien «hebben. Dat de Stadhouders ook niet vol„ ftrekt noodzaakelyk waren , tot beflisfinge „der gefchillen; maar dat men, hiertoe, de »voorflagen van Gelderland, Zeeland of U„trecht zou konnen volgen. Dat zy, onder59tusfchen, verhoopten, dat de Staat, door 's „ Hemels zegen, in zo veele eendragt blyven „ zou, dat men niet ligt tot uitfpraak over op„ gereezen' gefchillen zou behoeven te ko„men (r)." Wat laater, gaven dezelfde Staaten