Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LXIX. Boek. HISTORIE. 33

„ diepte zyn moest, om het water der vier „ andere Kanaalen, die allen bevaarbaar, en, „ met eikanderen, vierentwintig Roeden breed „ waren, te konnen ontvangen en loozen. Dat „ de Huis ook gefchikt moest zyn, naar de „ breedte van 't Kanaal, en naar de menigte „ van 't water, welk 'er door geloosd moest

worden. Dat men haast met het werk nadt „ moeten maaken, om dat de Herfst op han„ den was; wanneer men zwaaren regen, en,

gevolgelyk, ook overftroomingen te dugten „ hadt. Dat, eindelyk, zviie Majefteit niet „ voorhadt, Mardyk tot eene fterke Plaats en „ Zeehaaven te maaken; maar, gelyk reeds ge99 zeid was, het naaste Land, welk noodwen„ dig waterloozing hebben moest, te beveili„ gen voor overftroominge (»)." Doch het Engelfche Hof hieldt zig met deeze redenen niet voldaan. John Dalrympk, Graaf van Stairs, werdt, eerlang, naar Frankryk gezonden, om de klagten te vernieuwen, die over de Vaart en Sluis te Mardyk gedaan waren. Hy hieldt den Koning van Frankryk voor ,, dat 'er gee„ ne reden was, om voor overftrooming be- • „ dugt te zyn, konnende het Landwater, met! „ geringe kosten, geloosd worden, door de J „ Aa, te Grevelingen, en, zonder eenige k s „ ten, door de fluizen van de Iperlé, by Nieu w„ poort: behalve dat men, in deezen oord, „ ook voor geene merkelyke overftroomingen „ te dugten hadt, alzo 'er, tusfchen de Aa en „ de Iperlé, geene loopende waters gevonden „ werden. Ook waren de huizen te Duinker-

ken

(jn~) Voiez Lamberti T<.m. V'iu. p. 6?2—SSl,

XVIII. Deel. C

1714.

Weder»

int.

woord

van we»

ge den

ioning

ran

3rootJritanje.

Sluiten