Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ü22 VADERLANDSCHE XLII. Boek.

i*35-

Verandering in dc Rcgeerin,'1, van Frifslaiid.

niet ftondt ter betaalinge van Friesland, maas van andere Gewesten; en dat het veel fterker was, dan men verwagt hadt (y). Doch men zou, met geen' minder' grond, konnen ver moeden , dat het Krygsvolk gefchikt was, om> de tegenwoordige Regeering te handhaaven: 't welk, meen ik, uit het gevolg, nog nader blyken zal.

'De misnoegden over de tegenwoordige Regeeringe in Friesland, namen zo fterk toe, en 't klaagen , over 't liegt bellier van 's Lands geldmiddelen , en over den algemeenen Ontvanger , Joan van Bootsma, ging zo zeer in zwang , dat fommigen , hieruit, gelegenheidnamen , om andere luiden te dringen in 's Lands Regeeringe, of om 'er zeiven aan te geraaken. Men bragt zo veel te wege, by hen, die regt hebben, om de Volmagten ten Landsdage te benoemen, dat de party, die des Stadhouders zyde hieldt, de minfte ftemmenkreeg; en 'er veelen tot de Landfchapsvergaderinge gemagtigd werden , welken men, te vooren, buiten bewind hadt weeten te houden. De Staaten, in den aanvang des jaars 16.^5, byeen gekomen , traden , eerlang, tot het kiezen van nieuwe Gedeputeerden. Voor Oostergo , koos men Watfo van Kamminga en Abraham Roorda, in de plaats van Pieter van Eifinga en Tjerk Boelens; voor Westergo, Douwe van Hot1inga, Grietman van Barradeel, en Doktor Martinus Gravius; voor de Zevenwolden, ftaken de ftemmen, weshalve men, aldaar,

OO van den Sande XIII. Boek, hl. 17Z. Aitzema II. Dicl, II. 159.

Sluiten