Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4 BYVOEGZELS en

BI. 7. r. 2. „ Deeze Schriften wier den, op hevel van Lodewyk den Vroomen, in Duitfchc Digtmaat, overgebragt." Sommigen vermoeden, dat de berymde overzetting, door eene onberymde, zal zyn voorgegaan, van welke de beroemde Pezius, in deeze eeuw, een blad zou gevonden hebben, 't geen hy aan Eccard toezondt, die het zedert uitgaf, 't Verdient onderzoek, of dit ftuk zo oud, en een gedeelte deezer beryming nog overig zy in de Cottoniaanfche Bibliotheek (l).

BI. 8. r. 9. „ De fchatting van Paarden en Koeyen, toont wel, dat hun Land weinig meer uitleverde" Men heeft hun egter ook diefchatting kunnen opleggen, om dat by de Friezen en Saxers (van wclkenjiier gefproken wordt) die dieren beter dan elders gevonden wierden.

BI. 8. reg. 5. van and. „ Friefche Mantels." Zy waren gevoerd of enkeld , en beflondcn uit een vierkant ftuk, van aanmerkelyke grootte; zo gemaakt, dat zy, over de fthouders geflagen, voor en agter de voeten raakten, doch, aan de zyden, maar even de knicn dekten. Zeer in zwang waren zy byde Franken; totdat dcezen, in navolinoder Galliërs, zeer korte Mantels betonden te draagen. Men leest, dat Ka rel de Grootc

die

wyxe, verfcWHeide vsn alle, mv bekende, gedrukte Uitgaven, JeMt „ sddidit w, l, ,it„r« LJ, l„l)s. „ td tfl. U. feut Sreci babent. ae.tbe. uui. fnartiu CbaraClem

a aij- the. mri. „ U fint. 0. ty. Z. T."

Sluiten