Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van de KE1SERS' SNEEDE. w

cap. 32. dat 't geene mede werkt om dezelve dikwils vrugteloos te maken, is, dat men die gemeenlyk niet eerder doet, als na dat de Vrouw door een arbeidt van verfcheide dagen is uitgeput. In welke tydt de Baarmoeder veel geleden heeft door de menigte van onnutte Weën , die een wyduitgedrekte ontftekinge in deffelfs geheele zelfftandigheidt veroorzaakt hebben. Waarom zy nu geineden wordende nog meer ontftooken raakt.

Voegt hier by de fchrik, dewelke deze handgreep geeft aan Vrouwen, die dezelve benodigt hebben, en dewelke mogelyk meer als al de reft toebrengt tot de ongelukkige uitdagen die men aan de Keifers-Sneede toeichryft. Maar dewyl 'er geen kragtdadig middel is, om een Vrouw aan te moedigen, welke tot een zekere trap van ontroering gekomen is, zoo laat ons hier de Vroetmeefter alleen opmerken. Dat deze dan zoo naaukeurig onderzoekt de oorzaak, waar door 't Kindt belet wordt in de geboorte te fchieten, dat hy op ftaande voet van de mogelykheidt der verloflinge kan oordéelen. Wy hebben aangetekent de gevallen, daar dezelve natuurlykerwyze onmogelyk is. 'T is als dan vergeefs., te verwagten, dat 'de zaaken van gedaante veranderen. ' 1 is vervolgens een onmenfchelyke wreedheidt, dat men de Moeder door vrugteloofe Weën laat afmatten, en nog meer, dat men haargeheelyk verlaat, onder voorwendzel van de onmogelykheidt der verloffing, daar 't zeker is, dat zy 't kan te boven komen door de Keifers-Sneede, in plaatze dat zy onfeilbaar zal fterven, indien men hier toe niet overgaat. Dit is nogtans 't gedrag, 'c welk Mauriceau gehouden heeft in opzigt van de Vrouw, die 't voorwerp maakt van zyn fes en twintigfte Waarneming. Wanneer hy, vergeetende de grondregel van Celfus, die hy elders aanneemt (melius eji anceps experiri remedium, quam nullum; 't is biter een onzeker middel te beproeven, als geen), de Vrouw aan een gewiflè doodt o« vergaf, wygerende de herhaalde verzoekingen van haar vrinden, welken hem baaden de handgreep in 't werk te ftellen: en zulks onder 't ydel voorwendzel, dat dezelve altydt doenlyk was.

Ik wenfchte van zynent wege, dat hy hier van wel overtuigt is geweeft by zig zelve. Dogh in dezezoort van uitlpraken is at-

lii tydt

Sluiten