Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

230 Over de Krachten des voortsnellende Vaartuig A geen plaats ; —. het Water vald geheel op de breedte ac aan, en blyft, als het ware, hierop hangen ; waar uit dan blykt , dat de wederftand-biedende kracht, op het Vaartuig A grooter moet zyn, om dat hetzelve nimmer van die persfing beviyd kan worden , al ftelde men de persfmg van den aanvallende Kolom op beide even groot,

L, Zeer zichtbaar is dit. —— Wegens de gelyke veronderfteïde breedte van beide de Vaartuigen , vald 'er ook een even groote Kolom Water op de Voor-ftevens : — d^n het Vaartuig B heeft, om gemelde reden niet zo veel hinder van die pershnge te lyden, als wel het Vaartuig A ondervind ; en zulks , om dat de deelen van den llroom telkens agter-uit gelost worden, daar ze op A blyven hangen.

M. De Natuur heeft den Mcnsch deze voor-

deelige form der Vaartuigen konnen leeren.

Befchouw flegts de gedaante van Visfchen en Vogelen , beide bewooners van Vloeilloffen, door v/elke zy zich met gemak moeten voortbewegen.

De gedaante hunnes Lichaams zyn ten dien einde zeer wyslyk , door den Alwyzen Schepper zodanig gemaakt , dat de nieeste dikte van het Lichaam by het voorfx gedeelte, of den Kop, cn het duuhc by den Staart gelegen is. «—— Vergelyk Üegts dc Afbeeldingen A cn B ( PI. IV. Fig. 38. ) ; en ik twyffei niet, of ge zult hiervan svtituigd worden.

L. Zeer

Sluiten