Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 33 )

moet zich toeleggen die hebbelijkheid j dat oordeel te verkrijgen, waer door hij het echte fchoon van het fchijnbaere, het waere vernuft van het valfche kan onderfcheiden, dat is j hij moet trachten een' goeden fmaek te bezitten j de fmaek toch is voor den Dichter, het geen de Logica voor den diepdenkenden Wijsgeer is; en verwaerloost hij dien, nimmer zal hij het groote met het fehoone kunnen vereenigen.

Denkelijk is gebrek aen zuiveren fmaek de reden, waerom v o s en; z wa e n e n b u r g , die immers op zommige plaetfen blijken van dichterlijke genie opleeveren, niet tot dien trap van volmaektheid geklommen zijn > dien zij welligt hadden kunnen bereiken. — Men begrijpt uit dit alles dat ik onder deezen regel bedoele, dat de Levensbefchrijver een berigt geve, aengaende de wijze op welke de Dichter te werk ging in het verkrijgen en vormen van zijnen fmaek. De hulpmiddelen, van den een' of den ander daer toe gebruikt, zijn verfchillend; de Schrijver moet dus die, welke zijn Dichter aenwendde, melden ; 't zij de Dichter de Theoretifche fchriften van vroeger of laeter Wijsgeeren doorleezen, en in dezelve vaste grondregels gevonden hebbe, en welC ke

Sluiten