Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

420 j. m. van roggen, over eene

zak vastgehecht, en zag etterachtige ftoffen uit de holligheid van den buik door den buikring uitvloejen, welke niet fterk toegetrokken of vernaauwdwas, zodat ik mijn' vinger door denzelven kon binnen brengen; en bij een naauwkeurig onderzoek vonden wij niets meer , dan het net, in den buikriftg bevat.

De verdienstvolle, verre boven mijnen lof verheven, zeer ervaren Heer de witt, Chirurgijn en Chef van 'sLands Legerhospitaalen , aslïfteerde mij in deeze kunstbewerking, en befchouwde de verwijding, als kunnende "geen nadeel doen, en nog mogelijk zijnde toevallen voorkomen, fchoon ik dezelve onnoodig achtte , naardien de buikring mij niet vernaauwd of toegetrokken voorkwam. Ik wilde hier in gaarne wijken voor het oordeel van eenen man, die ónder de gelukkig, fte uitoeffening der Genees- en Heelkunde is oud geworden, en de breukfnijding zeer dikwijls met het beste gevolg verricht heeft.

Ik bragt dan mijn' vinger in den buikring, en fneed denzelven, op geleide van deezen, een weinig open, (e) en ik verbond de wond los met droog plukzel.

Den 28 was de lijder redelijk, wel, de wond ftond levendig, ontlastte etterftof, gelijk aan die

Ce) Ik vond dus hier eene breuk, waar van het net 'gedeeltelijk veretterd, gedeeltelijk vastgegroeid was,

Sluiten