is toegevoegd aan uw favorieten.

Gedichten.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

82 H U W E L IJ K S Z A N G E N.

Dien nefctar, die ons leeven geeft, Waarmeêze uw zoentjes en uw kusjes

Tot driewerf overgooten heeft, Zo rijk van lachjes en van lusjes!

Dan zoudt gy my eerst zien bekwaam, Recht en naar 't leeven af te beelden,

Hoe zoetjes en hoe aangenaam Gy 't fpel van bruid en bruigom fpeelden.

Nu volge ik met een heesch geluid Uw lachjes naar en zoete kluchjes;

Terwijl de roodgeverfde bruid Haar blyfchap maatigt met haar zuchjes;

En, daar zy in gedachten zit Om haare aanftaande zielsvermaakjes,

Met fierlijk rood en purper 't wit Vermengt van haar befchaamde kaakjes.

Maar 'tuur, heer bruidegom, genaakt, Waarop ik u zolang zag doelen,

Dat gy dien gloed, die 't harte blaakt, Eens in haare armen zult verkoelen.

't Schijnt,