Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

£22' B R A.

fterven ; en die beemte daar het huis op ftaat was gekoet tegen Copperde van Oosterhout, en dat Bosch was gekogt tegen lanne Vemdau; en deze ftukken vielen na dien tijden,' dat die wijch te Woeringen was. Een getuigenis van denzelven dag van den Bailliuw van Zuid-Holland: dat in dien tijd toen de Vlamingen te Geervliet geweest hadden, hij met den Heer van Putte en Striene tot Oosterhout was geweest, en gegaan omtrent het huis, en aldaar aan hem gevraagd had waarom de Heer van Strien dat huis aldaar had doen maaken , toen antwoorde hij dat het geen wonder was, dat die Heer van Strien dat huis daar had doen maaken, want hij was een groot man, en had in het Land van Strien te geener fteede een huis te zetten, en omtrent Oosterhout waren het meest alle zyn Vrienden en Maagden die daar woonden, en het huis ftond in twee Heeren Land, de burgt in Braband, en het voorburg in Holland, en welke van die Heeren hij te vrienden had, al ware de andere hem tegen, hij hoopte te geneezen (*). Een getuigenis van denzelven da¬

tum van |an, 's Heeren Geenemans Zoon, uit den Polder (b); dat hij woonde met den Heer van Strie ne tot Oosterhout, en was Drosfaard van zeken Herberge te dier tijd, toen men den tooren en zaalc en kapelle en alle die wooninge daar maakte en ver ftond daarvan den Heere zelve van Striene, dat he oude bouwhuis tot Oosterhout ftond de eene helft of het Land dat die van St. Gheerdenbergen toen voo: •zich hielden, en wezen zoude binnen de paaien vat Hofland en'de andere helft ftond in het Land var Breda, én die oude heininge was invvaaid in de ftraa fe gezet, welke die van St. Gheerdenberge aanfpra ken agter dat bouwhuis om des bouwhuis wil ê voorts "zette de Heer van Striene den toorn, zaale en al die wooninge binnen de muure, met voorraadt fn het Land van Breda, en die ftraate, en het Lam voer die ftraate ten Berge waard gebruikte de Hee van Strien bij bede, die hij deede aan die van Ber gen- dat het op zékeren tijd geviele dat de beeste, uit 'den Lande van Breda waren gekomen over d voorfz. ftraate, en dat die van Bergen daar kwamen 1° haalden die beesten; toen kwam het geruchte dr. die van den Berge fchade doen wilden m hei Lan «,r, nroda en daar lag een onvtoet man in de kerk t Oosferhou\, welke te voren uit de Kerk niet wild komen, maar toen hij dat geruchte hoorde van die va Bergen, dat zij het Land van Breda wilden zoeken foen ze de hij daar wilde hij voor fterven , en nam eer vaare uh de Kerke en liep derwaarts, en als h.jkwa. ™ de voorfz. ftraate toen ftelde hij die vaane nede. Tn zeide dat het gefcheid daar ware, dat hy >n Ho land niet wilde misdoen, maar er voor wilde fterver ÏÏÏie f er iemand wilde over rijden. — Len getu mms van den tweeden derzelve maand OO, gegeeve door lan Vemdau; dat hij geweeteni heeft, en zijne Vader en andere oude Lieden heeft hooren zeggen dat die van St. Gheerdenbergen diKwijls op die Wilde «oed genomen en gepand hebben, maar niet.wist d ede van Braband of die van Breda eenig goed haalde S panden oP de Wildert, zonder te dezen jaare ; d Wl ook de ouden wel had hooren zeggen, dat die v; Bergen iets zeiden dat het hunne wezen zoude ter hj

£abc) V. Mieres, groot Charterboek ad.Wadz,40

B R A.

nin°e toe, en dat Land, naar dat huls in ftaat, gekoge was tegen Copperde, den Schout en zijn Getuigen»

Vader —■ Een getuigenis van denzelven aOaobeir.

door Jan Westfallnk OO, dat hij wel geweeten heeft en oude Lieden heeft hooren zeggen dat die van St. Gheerdenberge dikwijls goed gebaald en gepand hebben op den Wildert, maar niet dat die van Braband oi die van Breda aldaar goed gehaald of gepand hebben , buiten dezen jaare ; en dat hij ook de Lieden had hooren zeggen,dat die van den Berge immer zeiden dat de Wildert en de ftraate het hunne ware tot de heining»

,oe Een getuigenis van Heer Jan van Kruirun-

gen' van den 4 derzelve maand OO. dat hij met Hee» Florens van Borfelen kwam rijden uit Zeeland, en wilden wezen ia den Haage tot den Graave Florens in de week voor Pinxteren, en dat zij te Oosterhout aanreeden bij den Heer van Strien, alwaar z« heden vonden ftaan metfelen aan het huis tot Oosterhout, dat toen niet boven de aarde gekomen was , en dat zij hem toen vraagden in welks Heeren Land hij dat huis maakte, waarop hij zeide dat het ftond in 's HertogenLande en fomme van dien huize in 's Graaven Lande van Holland; en dat zulks was omtrent dien tijd dat dies

wijch fof ftrijd) te Woeringen was. Een getut-

. genis van den Heer van Zevenbergen van den 8 derzelve maand 00» dat de paaien tusfchen Braband er> Holland op het hoogfte van den Berg van Landonk„ ■ en om dat aan het ander einde tot de Steenloe waart geen befcheid gemaakt is , zoo waar men dat befcheid vind eene rechte paalftede te wijzen aldaar tusfchen den Lande voorfz., want altoos een Wildert geweest is al wilde leggen tusfchen Steenloe en den Berg van i Lendonk voorfz., en daar noch Bosch , noch Riviere noch ' Graave liep, daar menrechte land merken bij neemen mog1 te of weeten mag, zoo zou mij dunken dat men van 1 den eenen paal op den anderen rechte reewijs trekken » r en dat daar die landmerken en paaien onderling icheiden zouden met den besten rechten; voort van det* , Ghenekün over veld een anders Lieden goed gehaald » zoude hebben op Zwaluwenftaarte, als van des rechts" wegen van Breda , dat van rechtswegen niet was, maar 't zij houden drijft, die was komen drijven met de groo1 te vloed wel twee honderd roeden, of meer beneden * Zwaluwenftaarte, te Holland waard, want tot dien tijd é de Zeegang niet hooger ging, en dat die Lieden van welken dat goed was, kwamen klaagen dat hen dat ' goed genomen was, en dat hen toen alles was wederê gegeeven, en dat de geene die dat goed haalden van n het Graaffchap van Holland, die bezaten dat goed te voren, en hebben het blijven bezitten voorts was 1 een twist tusfchen Heer Rachen, den Heere van Liederkerken en van Breda, en hem Getuige, om de 1'. fcheidinee van de heerfchappij van Breda en van Zen venbersen, die van Holland roert, waaromtrent de n paale gezamenderhand geftoken wierd, daar die toen nog ftond met den weg die daar gegraven is. ——» tl Nog een getuigenis van Pieter de Brameere van den ir. t October 00, dat de Heer van Strien veelmaalei»

n placht te 'komen tot Oosterhout op het huis, en dat at men daar gemeenlijk pleeg te zeggen dat de Kerk en a dat Dorp tot Oosterhout ftond in Braband en het huis

i- _..

I" (abc) V. Mieres, groot Charterboek 2 d. bladz. 404. j. cfl ibid. 2, d. Matte. 4P5%

Sluiten